De Diagnostische Criteria voor Selectief Mutisme

De diagnostische criteria in DSM 4 (Diagnostic and Statistic Manual for Mental Disorders, vierde editie) zijn de volgende:

  1. Niet spreken in specifieke sociale situaties (waarin verwacht wordt dat er wel gesproken wordt, bijvoorbeeld op school) ondanks spreken in andere situaties.
  2. De stoornis interfereert met het functioneren op school of op het werk, of met sociale communicatie.
  3. Duur van tenminste een maand (niet beperkt tot de eerste maand op school).
  4. Het niet spreken wordt niet veroorzaakt door een gebrek aan kennis van, of vertrouwen met, de gesproken taal die nodig is voor de sociale situatie.
  5. De klacht wordt niet beter verklaard door taal-/spraakstoornis (bijvoorbeeld stotteren) of door een gebrek aan kennis van de gesproken taal die nodig is voor de sociale situatie.

Met deze criteria kan echter niet een diagnose gesteld worden, ze zijn slechts een middel ter classificatie van deze stoornis. Alleen een daartoe opgeleide deskundige zal via een uitgebreid onderzoek een diagnose kunnen vaststellen.

Bij het onderzoeken van diagnose van selectief mutisme moet tevens onderzocht worden of er andere stoornissen bestaan naast het selectief mutisme. Een aantal andere stoornissen zullen uitgesloten moeten worden voordat de diagnose selectief mutisme gesteld kan worden.

Geschreven door Natascha van Duyvenbode