Behandeling van Selectief Mutisme

Selectief mutisme is een stoornis die moeilijk behandelbaar is gebleken. Zonder behandeling zal een kind er niet 'overheen groeien'. Het selectief niet spreken van het kind zal als angststoornis erkend en behandeld moeten worden (en dus niet als taal-/spraakstoornis, ook al kunnen er zich wel degelijk ook op dit vlak problemen voordoen bij het kind. De behandeling hiervan zal wel naast de behandeling van de angststoornis moeten bestaan).
Bij een juiste diagnose en behandeling is er een goede prognose op verbetering en/of genezing van het selectief mutisme.

Het hoofddoel bij de behandeling van selectief mutisme is drieledig, namelijk:

De nadruk mag nooit liggen op het 'aan het praten krijgen' van het kind. Alle verwachting van verbaliseren moet worden weggenomen. Wanneer angst afneemt en het zelfvertouwen toeneemt zal het spreken uiteindelijk volgen.

Hiernaast is het van belang er rekening mee te houden dat alternatieven voor communicatie, zoals gebaren, schrijven en/of het gebruiken van pictogrammen alleen aangeboden moet worden aan het kind als opstap naar het weer gaan spreken en niet een vervanger van spraak mag worden.

Een deskundige met ervaring op het gebied van selectief mutisme zal een individueel behandelplan voor het kind op moeten stellen. Behandeling bestaat vaak uit een combinatie van gedragsmatige aanpak: positieve bevestiging, minder gevoelig maken voor angstprikkels, speltherapie, psychotherapie, cognitieve gedragstherapie, zelfvertrouwenboosters, stimuleren van het frequent opzoeken van sociale situaties (dit zonder te pushen) en eventueel medicatie.

Zowel de ouders als de school zullen betrokken moeten worden bij het behandelen van het selectief mutisme. Hierbij is het belangrijk dat de houding naar het kind en het selectief mutisme er een is van begrip en steun.

Het is waarschijnlijk dat zelfs nadat het mutisme is genezen het kind tot in de adolescentie en volwassenheid geneigd zal zijn te lijden aan symptomen van verlegenheid en sociale angst. Dit zou betekenen dat het is aan te raden de rol van de therapeut niet te laten eindigen zodra het kind erin slaagt te spreken op school.

Geschreven door Natascha van Duyvenbode